Context
Het Europese beleid rond opvoeding tot de media komt in een
cruciale opgangfase waarbij de ervaringen en goede
praktijken moeten worden uitgewisseld in het kader van een
open dialoog. Om deze reden zijn op donderdag 2 en vrijdag 3
december 2010, 300 deskundigen uit meer dan 30 Europese en
extra Europese landen in Brussel bijeengekomen om deel te
nemen aan de internationale conferentie “Mediatraining voor
iedereen” die door de Hoge raad voor Opvoeding tot de Media
van de Franse Gemeenschap van België georganiseerd werd in
het kader van het Belgische voorzitterschap van de Raad van
de Europese Unie.
De Conferentie “Mediatraining voor iedereen” heeft alle
betrokkenen bij het aanbod van levenslange opvoeding tot de
media verenigd: animators, opvoeders, lesgevers,
vormingwerkers, personen die verantwoordelijk zijn voor de
industriële en media-instellingen, educatieve (schoolse en
buitenschoolse) organisaties, personen die verantwoordelijk
zijn voor het educatieve beleid, onderzoeksinstellingen…
Het doel van deze Europese conferentie was de praktische
ervaringen en de politieke aanbevelingen op elkaar afstemmen
om zo de organisatie van levenslange opvoeding tot de media
te stimuleren, wat alle Europese burgers ten goede komt. Het
orgelpunt van de conferentie was de “Verklaring van Brussel
voor levenslange opvoeding tot de media”, opgesteld in
samenwerking met de 8 internationale experts die de
volledige conferentie hebben bijgewoond.
Die verklaring neemt de volgende punten in acht:
- De definitie van de opvoeding tot de media zoals bepaald
in de aanbeveling 2009/625/EG van de Commissie van 20
augustus 2009 betreffende de mediageletterdheid in de
digitale omgeving voor een meer concurrerende audiovisuele
en inhoudindustrie en een inclusieve kennismaatschappij. De
mediageletterdheid wordt er gedefinieerd als “het vermogen
toegang te hebben tot de media, de verschillende aspecten
van media en media-inhoud met een kritisch oog te kunnen
evalueren en in uiteenlopende contexten communicatie tot
stand te kunnen brengen”. Zij wordt niet beperkt tot de
toegangsproblemen en bestrijkt alle media. “Doel van
mediageletterdheid is mensen bewuster te maken van de vele
soorten mediaboodschappen waarmee ze dagelijks te maken
hebben. Mediaboodschappen zijn de programma’s, films,
beelden, tekst, geluid en websites die via verschillende
communicatiemiddelen worden overgedragen.”
- De definitie van “Mediageletterdheid”, die het geheel
aanduidt van de informatie-, technische, sociale en
psychosociale vaardigheden die door een gebruiker uitgevoerd
worden wanneer hij de media gebruikt, produceert, verkent en
organiseert.
- De noodzakelijkheid de opvoeding tot de media te
integreren in het kader van onderwijs en een leven lang
leren, zoals bepaald bij de Europese referentiekaders (Lissabonstrategie
en het strategische kader “onderwijs en vorming 2020”).
Hierbij krijgen de personen in alle levensfases de
mogelijkheid deel te nemen aan stimulerende leerervaringen
en de sector van onderwijs en vorming in Europa te helpen
ontwikkelen.
- De noodzakelijkheid de burgers toegang te bieden tot een
mediaverscheidenheid, die verder gaat dan de
marktmechanismen, in voorkomend geval door een optreden van
de overheid als die verscheidenheid bedreigd wordt.
De voorbereidingswerkzaamheden die aan deze verklaring
voorafgingen, hebben aangetoond dat er rekening moet
gehouden worden met het feit dat de verschillende
opvattingen betreffende de opvoeding tot de media een grote
rijkdom zijn, die dialoog en redenering vereisen en geen
haastige oplossingen om de debatten te vermijden.
Die verklaring heeft tot doel een geheel van aanbevelingen
voor te stellen betreffende de te voeren opvoedingsacties,
de te ontwikkelen mediabevoegdheden van elke burger, de
toegang van de burger tot de media, het onderzoek en het
Europese beleid. De uitvoering van die aanbevelingen betreft
zowel de lokale als regionale, nationale en Europese niveaus.
Aanbevelingen
1. Acties voeren voor de opvoeding tot de media
- De opvoeding tot de media inschrijven als opdracht van
algemeen belang die ressorteert onder een ambitieus openbaar
beleid en mechanismen van daadkrachtige openbare
financiering met inachtneming van de operationele autonomie
van de begunstigden.
- Verschillende pedagogieën die aangepast zijn aan elk
publiek, aan alle leeftijdscategorieën, aan verschillende
sociale en culturele contexten ontwikkelen en promoten.
- De productie en de verspreiding van de aan specifieke
groepen begunstigden aangepaste pedagogische bronnen
betreffende de opvoeding tot de media aanmoedigen.
- Het onderwijs- en verenigingsmilieu uitrusten met
aangepaste middelen voor de opvoeding tot de media.
- Een opleiding in opvoeding tot de media ontwikkelen die
zich richt tot de mediaprofessionelen.
- Voor elke opvoedingsactie kwalitatieve en kwantitatieve
evaluatiecriteria identificeren en in het werk stellen.
- De mediaverscheidenheid garanderen via een aangepast
dispositief met openbare en privémiddelen inzonderheid
tegenover mediapartners die nuttig zijn voor de
mediaopvoeders.
2. Mediavaardigheden van elke burger ontwikkelen
- Een brede waaier aan mediavaardigheden identificeren en
bijwerken, die levenslang, voor elke persoon, nodig zijn en
alle media betreffen.
- Die vaardigheden valideren doorheen een overlegproces dat
de burgermaatschappij aangaat.
- Die waaier aan mediavaardigheden aanpassen aan de
verschillende acteurs en optredende personen op het gebied
van onderwijs en vorming, in functie van de rol die ze
vervullen.
3. De toegang van de burger tot de opvoeding tot de media
promoten
- De gevoeligheid van de burgers tegenover de opvoeding tot
de media versterken door, bijvoorbeeld, de organisatie van
een Europese dag voor de opvoeding tot de media, van een
Europese week van de opvoeding tot de media op school…
- De openbare zichtbaarheid van de acties van opvoeding tot
de media promoten.
4. Het onderzoek betreffende de opvoeding tot de media en de
mediageletterdheid ontwikkelen
Grondige permanente onderzoeken ondersteunen over
- de toe-eigening van de media door de sociale groepen en de
gemeenschappen, op elke leeftijd
- de evolutie van de formele en informele praktijken van
opvoeding tot de media.
5. Een beleid voor opvoeding tot de media voeren
Onverwijld de Resolutie van het Europees Parlement van
16.12.2008 uitvoeren die “verzoekt mediageletterdheid als
negende sleutelcompetentie op te nemen in het Europese
referentiekader voor een leven lang leren, zoals vervat in
Aanbeveling 2006/962/EG”
Brussels, 18 Januari 2011
De Hoge raad voor Opvoeding tot de Media van de Franse
Gemeenschap van België